Het advocatenkantoor van G.H.A. Grosheide c.s. door J.H. van der Veen

26/04/2017 door Alexander Westra

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Een verborgen glas-in-loodschat

Keizersgracht 586 maakt onderdeel uit van een oorspronkelijk door de architect Hans de Cerf als vierling ontworpen blok van grachtenhuizen uit 1687. In de huidige situatie is dit minder goed herkenbaar: nummer 586 heeft een rechte lijstgevel uit het midden van de negentiende eeuw en heeft in dezelfde periode bovendien de oorspronkelijke stoep en entree op de bel-etage verloren; tevens is de gevel witgepleisterd. Nummer 584 heeft als enige van de vierling de stoep uit de tweede helft van de zeventiende eeuw behouden, maar ook hier is de oorspronkelijke halsgevel later door een lijstgevel vervangen. De nummers 582 en 580 hebben de uit 1687 stammende halsgevel  met festoenen en gebogen fronton goed behouden. De vier huizen kregen in de loop der tijd verschillende eigenaren en gingen alle hun eigen weg.(1)

 

Keizersgracht 586 werd in 1929 gekocht door het advocatenkantoor van G.H.A. Grosheide c.s., dat gespecialiseerd was in ondernemingsrecht, accountancy en curatele van bedrijven. Dit kantoor was daarvoor gevestigd aan het Singel 303. Om het pand, dat toen reeds een kantoorfunctie had,  geschikt te maken als nieuw onderkomen voor zijn advocatenkantoor liet Grosheide door de architect J.H. van der Veen een ontwerp voor de verbouwing maken, met op de bovenste verdieping een conciërgewoning. Als zodanig is het pand representatief voor het proces van cityvorming, zoals dat in de Amsterdamse Grachtengordel met name vanaf circa 1875 optrad; de kantoorfunctie rukte op ten koste van de woonfunctie.

 

Hoewel door latere verbouwingen en renovaties dit kantoorinterieur uit 1929 bijna overal is verdwenen, heeft Keizersgracht 586 een bijzonder element van deze uit het interbellum stammende verbouwing behouden, namelijk het aan de binnenplaats gelegen en in Amsterdamse School-stijl uitgevoerde trappenhuis met glas-in-loodramen. Het glas in lood laat zien dat tijdens de latere fase van de Amsterdamse School, waarin over het algemeen wat strakker en meer geometrisch ontworpen werd,  bijzonder fraaie scheppingen konden ontstaan. Verdieping in de levens en achtergronden van de opdrachtgever en de architect maakt het, zoals straks blijkt, begrijpelijk dat de eerste voor de laatste gekozen heeft.

 

Een modern kantoor in een oud grachtenhuis

Het grachtenhuis bestaat uit een voor- en een achterhuis, verbonden door een naast een open binnenplaats gelegen tussenlid waarin zich de trapportalen bevinden. Het voorhuis heeft een souterrain waarin zich de entree bevindt, een hoog opgetrokken eerste verdieping of bel-etage, een tweede en derde verdieping  en een zolder met vliering. Het achterhuis heeft evenveel bouwlagen als het voorhuis maar is lager van opzet. De verdieping ter hoogte van  bel-etage is hier lager opgetrokken, waardoor de  vloerniveaus  van de bovenliggende verdiepingen lager liggen ten opzichte van die van het voorhuis.

 

Het souterrain van het voorhuis bevatte na de verbouwing van 1929 een aan de straatzijde gelegen telefooncentrale, een fietsenberging en een wachthal voor bezoekers. Een lange gang leidde vanaf de entree via het tussenlid naar het achterhuis; hier bevond zich in het souterrain een keuken met bijkeuken. Het kolenhok en de CV-installatie bevonden zich eveneens in het achterhuis, grenzend aan de open plaats. Vanuit de wachthal voerde een trap naar het tussenlid, van waaruit  de trap verder voerde naar de overige verdiepingen van het voor- en achterhuis.

 

De eerste verdieping van het voorhuis bood plaats aan twee kantoorvertrekken: een voor ‘Mr. M’ en een voor ‘Mr. H’, respectievelijk aan de straatzijde en aan de binnenplaats gelegen. ‘Mr. G’ had zijn kantoor op dezelfde verdieping, maar dan in het achterhuis. De tussenverdieping van het achterhuis was het domein van ‘Mr. S’, die hier zijn kantoor had. Het advocatenkantoor had in deze tijd vier advocaten: G.H.A. Grosheide, H.J. Hellema, H. Mulderije en D.W.O.A. Schut.

 

De overige zes medewerkers hadden hun werkplek op de tweede verdieping; aan de straatzijde bevonden zich twee kamertjes voor telkens twee typisten, en het achterhuis bestond uit een werkruimte voor nog eens twee medewerkers. Een aan de binnenplaats gelegen vertrek was als magazijn en studiekamer ingericht. De wc van deze verdieping bevond zich in een hoek van het tussenlid, met kwartronde deur. De derde verdieping van het voorhuis was bestemd voor de inwonende conciërge. Deze beschikte hier over een zitkamer gegroepeerd rond een portaal, twee slaapkamers, nog een kamer en een spoelhok.

 

De architect Jacob van der Veen

Jakob Henderikus (Jacob) van der Veen is in 1890 geboren in Wouterswoude, een dorpje gelegen in de gemeente Dantumadeel, als zoon van een Friese gereformeerde predikant. (2) Na voltooiing van de Rijks-H.B.S.  in Goes richtte hij zich op het bouwvak. Na twee jaren praktisch werkzaam te zijn geweest in de bouw volgde hij privaatlessen en schriftelijke cursussen in onder andere bouwkunde; hij behaalde tevens het diploma van bouwkundig opzichter van de B.N.A. Hij werkte op verschillende architectenbureaus om zijn opleiding te completeren. Aanvankelijk was dit bij A.R. Freem & Ir. G.C. Breemer te Arnhem. Breemer was overigens tussen 1924 en 1945 Rijksbouwmeester. Later ging hij bij J.W. Hanrath te Hilversum en professor F. Slothouwer te Amsterdam in de leer. Bij deze laatste werkte hij twee jaren aan de plannen voor de restauratie van de Dom te Utrecht. In 1921 vestigde hij zich als zelfstandig architect in Amsterdam. Door heel Nederland heeft Van der Veen grotere en kleinere gebouwen ontworpen. Zijn oeuvre bevat onder andere vijf gereformeerde kerken en vele voornamelijk christelijke scholen. In Amsterdam ontwierp hij onder meer de Admiraal de Ruyterschool aan de Bestevaerstraat en de Gereformeerde Kweekschool in de Dintelstraat, waarbij hij aansloot bij de versoberde versie van de Amsterdamse School. Ook ontwierp hij de uitbreiding van de Amsterdamse begraafplaats Vredenhof .

 

Zijn bekendste en nog bestaande ontwerp is de nieuwe N.C.R.V.-studio in Hilversum, die in 1941 geopend werd.  De keuze van de architect verliep via een anonieme selectie uit vier gereformeerde en vier hervormde architecten. Het winnende ontwerp van Jacob van der Veen kreeg de naam ‘Spin in het web’, dit vanwege de centrale plaats die de concertstudio in het gebouw innam met precies daarboven de toren. Van der Veen was zeer actief binnen het gereformeerde verenigingsleven in Amsterdam en hij had zitting in meerdere besturen van gereformeerde scholen en andere christelijke instellingen. Zelf was hij diaken van de Gereformeerde Kerk van Amsterdam-West, het stadsdeel waar hij ook woonde.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet, waar hij als actief lid van de KP-Amsterdam verantwoordelijk was voor de huisvesting van onderduikers. Op 1 september 1944 werd hij thuis door de Duitsers gearresteerd. Een van zijn zoons schoot een Duitser neer en wist te ontkomen. Vijf dagen later werd hij, op 53-jarige leeftijd, in Kamp Vught gefusilleerd.

 

Henri Grosheide

Gerhardus Hendrik Adriaan (Henri) Grosheide (1887-1963) is in Amsterdam geboren.(3) Hij groeide op in een uitgesproken gereformeerd gezin. Zijn vader was procuratiehouder bij de Nederlandsche Handel- Maatschappij (NHM) en een vurig voorstander van de Vrije Universiteit. Hij had zitting in het comité van oprichting van dit nieuwe instituut en was nauw betrokken bij de verdere groei en ontwikkeling van de universiteit. Het geslacht Grosheide heeft gedurende de laatste decennia van de negentiende eeuw en in de loop van de twintigste eeuw meerdere bekende geleerden, theologen en advocaten voortgebracht.

 

De Vrije Universiteit is in 1880 opgericht door een groep orthodox-protestantse christenen onder leiding van de theoloog, journalist en politicus Abraham Kuyper.  Kuyper was de oprichter van de Anti-Revolutionaire Partij en van 1901 tot 1905 premier van ons land. De oprichting van de nieuwe universiteit had te maken met Kuypers streven naar een volwaardig bestaan voor de orthodox gereformeerden, de zogeheten kleyne luyden: zij konden nu studeren aan hun eigen universiteit. Ook konden zo predikanten worden opgeleid die calvinistisch oftewel  ‘rechter’ in de leer waren, in tegenstelling tot predikanten die van de vrijzinniger theologische faculteiten van de Rijksuniversiteiten kwamen.  Het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit was vroeger in het centrum van Amsterdam aan de Keizersgracht 162 gevestigd. Vanwege de naoorlogse groei verhuisde  de universiteit vanaf de jaren zestig gefaseerd naar de huidige campus aan de De Boelelaan in Buitenveldert.

 

Na het doorlopen van het Gereformeerd Gymnasium schreef de jonge Grosheide zich in 1905 in aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit. Hij promoveerde in 1913 cum laude met een dissertatie getiteld ‘Oprichting van Naamloze Vennootschappen naar Nederlands Recht’. Dit werk en latere publicaties van zijn hand zouden jarenlang gelden als standaardwerken op het gebied van bedrijfsrecht. Naast zijn rechtenstudie studeerde hij tevens voor accountant. In 1913 vestigde hij zich te Amsterdam als accountant en advocaat, waarbij hij zich meer en meer op de advocatuur richtte. Hij was een befaamd kenner van het verenigings- en vennootschapsrecht. De organisatie en het recht van de binnenscheepvaart hadden zijn bijzondere interesse. Zijn advocatenpraktijk was één van de grotere en meer bekende kantoren van Amsterdam.

 

Talloze krantenberichten uit de jaren dertig van de vorige eeuw, toen ten gevolge van de economische crisis het ene na het andere bedrijf failliet ging, vermelden de naam van Grosheide als curator voor de afhandeling van het faillissement.

 

In de Gereformeerde Kerken gaf hij leiding aan de Amsterdamse diaconie. Zijn liefde ging evenals die van zijn vader vooral uit naar de Vrije Universiteit; van de vereniging waarvan die universiteit uitgaat was hij meer dan 30 jaar, eerst penningmeester en later voorzitter, beide veelomvattende honoraire bezigheden in het subsidieloze tijdperk en in de tijd van uitbreiding na 1945. Hij had een groot aandeel in de oprichting van de faculteit der wis- en natuurkunde in 1930 en in die van de economie in 1947.

 

Grosheide huwde in 1916 met Geertruida Elske Johanna Hendrika Schut; zij kregen samen zes kinderen. Aanvankelijk woonden zij aan het Singel 303 waar zich tevens het kantoor van Grosheide bevond. Met de komst van steeds meer kinderen en de groei van de advocatenpraktijk verhuisde het gezin in 1918 naar de Amsteldijk. Het feit dat zowel Grosheide als Van der Veen zeer actief in het gereformeerde leven in Amsterdam was en zij zich bovendien allebei inzetten voor het gereformeerde onderwijs maakt het begrijpelijk dat juist Van der Veen de opdracht voor de verbouwing van het nieuwe kantoor van Grosheide kreeg.

 

Het interieur

Bij het bekijken van de bouwtekeningen uit 1928 valt bij een van de lengtedoorsnedes de roedenverdeling van de aan de binnenplaats gelegen vensterramen op. Deze hebben een bijzondere geometrische indeling bestaande uit een compositie van rechthoeken en vierkanten met asymmetrische verspringingen. Na het betreden van het trapportaal op de eerste verdieping wordt de reden voor deze roedenverdeling duidelijk en wacht de bezoeker een schitterende en kleurrijke verrassing in de vorm van een groot glas-in-loodraam en een sierlijk vormgegeven trapbalustrade. Deze ervaring herhaalt zich in het trapportaal van de tussenverdieping. Na nog een trap beklommen te hebben naar de tweede verdieping  ziet de bezoeker dat hier de vroegere glas-in-loodinvulling vervangen door vensterglas; alleen de roedenverdeling uit 1929 is nog aanwezig. Bijzonder in dit trapportaal is de nog aanwezige wc-ruimte, die om praktische redenen een kwartronde deur heeft.

 

Het is niet bekend hoe het interieur van het huis voor de verbouwing van 1929 afgewerkt was. Voordat de advocatenpraktijk van Grosheide c.s. het pand betrok had dit reeds een bedrijfsfunctie: de N.V. Amsterdamse Groothandel in Rookartikelen, voorheen C. de Rijk & Zonen, was hier langere tijd gevestigd. Gezien de moderne vormgeving van de trapportalen en het stalen raam met horizontale roeden in de vroegere wachtkamer mogen we voorzichtig aannemen dat Grosheide en Van der Veen voor het gehele kantoor voor een tamelijk strakke en eigentijdse vormgeving hebben gekozen, waarbij eventuele oudere interieurafwerking verwijderd is. Ook het volgende wijst in deze richting. Van der Veen maakte in 1933 het ontwerp voor een wijziging van de begane grond van het ontvangstgebouw van de in Amsterdam-West gelegen begraafplaats Vredenhof.(4) Dit gebouw was in 1897 gebouwd op basis van een ontwerp van de architect A. Salm. Salm koos voor de vormgeving van het interieur voor een tamelijk weelderige en overwegend klassieke stijl met overvloedige decoraties. Jacob van der Veen liet dit interieur integraal moderniseren, waarbij alles een strakker en minder monumentaal uiterlijk kreeg en de ramen van de aula een  nieuwe en fraaie glas-in-lood-invulling kregen. Dit was uiteraard deels een kwestie van smaak, maar hield waarschijnlijk ook verband met de gereformeerde achtergrond van Van der Veen. Gereformeerden hebben sinds jaar en dag een sterke afkeer van uiterlijke pracht en praal. De wijze waarop na de Reformatie bestaande katholieke kerkinterieurs in sterke mate versoberd werden is illustratief op dit punt.

 

Dit neemt niet weg dat de glas-in-loodramen bijzonder sierlijk, kleurrijk en expressief vormgegeven zijn; maar hun pracht is slechts vanuit het inwendige van het grachtenhuis zichtbaar, niet vanaf de straat. Uit de ramen spreekt tevens een zekere ingetogenheid. De abstracte vormen nodigen uit tot geestelijke verdieping, waarbij de vraag rijst wat de abstracte voorstellingen nu precies betekenen. Opvallende elementen in het glas in lood op de eerste verdieping vormen de rolmotieven in de omlijsting,  de oogachtige motieven en de op vellen papier lijkende lichtere delen van glas. Dit zou kunnen verwijzen naar het centrale uitgangspunt van de Gereformeerde Kerken waarin de letterlijke lezing van de oude Bijbelteksten centraal staat.

 

Het glas-in-loodraam in het trapportaal van de tussenverdieping is zo mogelijk nog raadselachtiger. Met enige fantasie lijkt dit raam in de omlijsting een abstracte voorstelling van bazuinen te bevatten. Aangezien bazuingeschal op verschillende plaatsen in de Heilige Schrift een rol speelt bij de aankondiging van belangrijke gebeurtenissen zou dit een eerste aanknopingspunt voor het achterhalen van de diepere betekenis van de abstracte voorstelling kunnen zijn.

 

Jacob van der Veen en Henri Grosheide zullen de diepere symbolische betekenis van de glas-in-loodramen zeker gekend hebben; beiden kunnen het ons echter niet meer vertellen. Maar ook zonder de precieze betekenis te kennen is het een visueel genot om de ogen over de kleuren, vormen en verspringingen van deze bijzondere en unieke beglazingen te laten dwalen.

 

Noten

1. Historische gegevens met betrekking tot de geschiedenis van het pand en zijn bewoners werden onder meer ontleend aan Het Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon, met geschied- bouwkundige beschrijvingen door E. van Houten. Amsterdam 1962; het Stadsarchief Amsterdam: Archiefkaarten, Gezinskaarten, Woningkaarten, Adresboeken, en Bevolkingsregister; BWT-archief van de Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Centrum

2. De website van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): http://www.iisg.nl/ondernemers/pdf/pers-1503-01.pdf

3. P.J. Verdam, ‘Grosheide, Gerhardus Hendrik Adriaan (1887-1963)‘, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, Den Haag 1979; P.J. Verdam, ‘In memoriam Mr. G.H.A. Grosheide’, in: Vrije Universiteit Amsterdam Jaarboek 1964, p 33-37.

4. A. Westra, Beschrijving Haarlemmerweg 367. Rapport opgesteld in opdracht van de dienst Monumenten en Archeologie van de Gemeente Amsterdam op 7-11-2016.

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Archief

Jaarlijks archief

Blijf op de hoogte via e-mail

Vul uw e-mailadres in om bericht te krijgen bij nieuwe blog- en nieuwsberichten op deze website.

Keizersgracht 586 t/m 580, van links naar rechts. Nummer 586 is herkenbaar aan de witte gevelbepleistering (foto BMBeeld 2017).

De vierling Keizersgracht 586 t/m 580, zoals afgebeeld in Het Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon. Het Grachtenboek weerspiegelt de situatie van rond 1770.

Onderste deel van de voorgevel van Keizersgracht 586, met souterrain en bel-etage. Het buurpand rechts heeft nog de oorspronkelijke stoep met entree op het niveau van de bel-etage (foto BMBeeld 2017).

Plattegrond souterrain, op basis van de in 1928 door J.H. van der Veen gemaakte plattegronden van de nieuwe situatie. In de legenda staan de functies zoals weergegeven op de plattegronden uit 1928 vermeld (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

 

Legenda: 1. Entree; 2. Telefooncentrale; 3. Rijwielen; 4. Wachthal;  5. Open plaats; 6. Gang (met trap); 7. Verwarming; 8. Kolen; 9. Gang; 10. Keuken; 11. Bijkeuken.

Plattegrond eerste verdieping, op basis van de in 1928 door J.H. van der Veen gemaakte plattegronden van de nieuwe situatie. In de legenda staan de functies zoals weergegeven op de plattegronden uit 1928 vermeld (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

 

Legenda: 1. Kantoor Mr. M; 2. Kantoor Mr. H; 3. Gang (met trap); 4. Lichthof;  5. Kantoor Mr. G; 6. Garderobe en wc.

Plattegrond tussenverdieping, op basis van de in 1928 door J.H. van der Veen gemaakte plattegronden van de nieuwe situatie. In de legenda staan de functies zoals weergegeven op de plattegronden uit 1928 vermeld (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

 

Legenda: 1. Wc; 2. Lichthof; 3. Trapportaal 4. Kantoor Mr. S.

Plattegrond tweede verdieping, op basis van de in 1928 door J.H. van der Veen gemaakte plattegronden van de nieuwe situatie. In de legenda staan de functies zoals weergegeven op de plattegronden uit 1928 vermeld (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

 

Legenda: 1. Twee typisten; 2. Twee typisten; 3. Gang (met trap); 4. Magazijn en studiekamer; 5. Wc; 6. Lichthof;  7. Twee medewerkers.

Plattegrond derde verdieping, op basis van de in 1928 door J.H. van der Veen gemaakte plattegronden van de nieuwe situatie. In de legenda staan de functies zoals weergegeven op de plattegronden uit 1928 vermeld (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

 

Legenda: 1. Slaapkamer; 2. Zitkamer conciërge; 3. Spoelhok; 4. Portaal; 5. Slaapkamer; 6. Kamer.

Ongedateerd fotoportret van Jacob van der Veen achter zijn tekentafel, met aan de wand een schets en een foto van de maquette voor de nieuwe N.C.R.V.-studio (foto afkomstig uit Persoonlijkheden in het koninkrijk der Nederlanden en afgebeeld op de website van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): http://www.iisg.nl/ondernemers/pdf/pers-1503-01.pdf

Ongedateerd fotoportret van Henri Grosheide (foto afkomstig uit: P.J. Verdam, ‘Grosheide, Gerhardus Hendrik Adriaan (1887-1963)‘, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, Den Haag 1979 en afgebeeld op de website van het Huygens ING: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn/BWN/lemmata/bwn1/grosheide

Uitsnede van een van de ontwerptekeningen van de architect J.H. van der Veen uit 1928, met daarop de aan de westelijke zijde van de binnenplaats gelegen vensters (bouwtekening Stadsarchief Amsterdam, Beeldbank).

De binnenplaats gezien naar het zuiden vanuit het souterrain, de vroegere wachtkamer van het kantoor (foto BMBeeld 2017).

De binnenplaats met rechts een deel van de vensters van het trappenhuis in het tussenlid (foto BMBeeld 2017).

Overzicht van het trapportaal op de eerste verdieping, met  rechts de trap naar de tussenverdieping van het achterhuis en links het traphek van de trap naar het souterrain (foto BMBeeld 2017).

Het glas-in-loodraam van het trapportaal op de eerste verdieping (foto BMBeeld 2017).

Het trapportaal op de eerste verdieping met de gedecoreerde trapbalustrade en houten hekwerk (foto BMBeeld 2017).

Het trapportaal op de eerste verdieping met het houten hekwerk (foto BMBeeld 2017).

Detail van het glas-in-loodraam op de eerste verdieping (foto BMBeeld 2017).

Detail van het glas-in-loodraam op de eerste verdieping (foto BMBeeld 2017).

Overzicht van het trapportaal op de tussenverdieping, met  rechts de trap naar de tweede verdieping (foto BMBeeld 2017).

Detail van het glas-in-loodraam op de tussenverdieping (foto BMBeeld 2017).

Detail van het glas-in-loodraam op de tussenverdieping (foto BMBeeld 2017).

Overzicht van het trapportaal op de tweede verdieping, met in de hoek de uit 1929 stammende wc en rechts de trap naar de derde verdieping waar zich de conciergewoning bevond (foto BMBeeld 2017).