Redding van ’s Gravelandse buitenplaatsen

12/03/2017 door Henriette van Zwet

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

‘Rondom Beloogen’ heette in de 17de eeuw de buitenplaats waar dit blog over gaat. ’s Graveland werd een bedreigd gebied toen het met de aanleg van de ’s Gravelandse Vaart in 1634 onderdeel werd van de Hollandse Waterlinie. Tijdens de opmars van de Franse legers richting de vesting Naarden in 1672 passeerden zij al plunderend en verwoestend ’s Graveland, inmiddels bebouwd met buitenplaatsen. Prins Stadhouder Willem III ontzette ’s Graveland in 1673. Daarna is ’s Graveland uitgegroeid tot een plaats van ontspanning en welvaart.

 

De Amsterdamse koopman Daniël Deutz, eigenaar van 1752-1762, bleek tevreden met zijn bezit en wijzigde de naam van Rondom Beloogen in het chiquere ‘Gooilust’. Een latere eigenaar, Gerrit Corver Hooft (1744-1807), bewindhebber van de West Indische Compagnie, verving het oorspronkelijke huis en liet het patriciërshuis en het toegangshek bouwen in een sobere Lodewijk XVI-stijl.

 

Het huis ligt verscholen in de bossen aan een slingerende toegangsweg op een lange zichtlaan die het hele perceel bestrijkt. De familie Corver Hooft bleef generaties lang eigenaar. De tuin van Gooilust had een geometrische aanleg maar is door tuinarchitect Zocher rond 1830 gewijzigd in de huidige tuin met slingerpaden, grillige vijvers, glooiende weiden en losse boomgroepen. Het bezit omvatte tevens de moestuinbebouwing, een prieel en dierenverblijven, een boswachterswoning, een portierswoning en hofstede Bouwzicht. De laatste eigenaar, Margaretha Corver Hooft, overleed in 1895. Zij liet het landgoed na aan haar schatrijke achternicht Digna Louise (Louke) Six (1862-1934), de oudste dochter van Jhr. P.H. Six. Louke ging er wonen met haar echtgenoot Frans Ernst Blaauw (1860-1936), telg van een koopmansgeslacht en amateur-bioloog. Zij waren de laatste bewoners van het huis.

 

Louke woonde tot haar huwelijk op de ’s Gravelandse buitenplaats Hilverbeek en Frans op de buitenplaats Westerveld. Frans legde op Westerveld een klein dierenparadijs aan, geïnspireerd door zijn werkzaamheden in Artis waar hij werkte als assistent van directeur Westerman. De krappe dierenverblijven in Artis en andere dierentuinen waren hem een doorn in het oog. Op Westerveld en later op Gooilust liet hij de circa 400 dieren vrij rondlopen en voorzag ze van ruime verblijven.

 

Frans Blaauw startte met Louke’s geld een plantentuin met bijzondere gewassen en een exotisch wildpark op Gooilust. Frans verzamelde en fokte 120 verschillende soorten uitheemse dieren, waaronder zebra’s, bizons, kangoeroes, witstaartgnoes, struisvogels, Japanse reigers en trompetzwanen, die hij wist te behoeden voor uitsterven. Het park werd al snel te krap zodat de noodzaak ontstond om een deel van het ernaast gelegen Trompenburg aan te kopen. De ‘dierentuin’ was uitsluitend open gesteld voor hoog bezoek, waaronder de ex-Duitse Keizer, de hertog van Bedford en andere vorsten en aristocraten. De namen Gnoeweide en Bizonkamp herinneren nog aan de hobby van Frans Blaauw.

 

De fortuinen van de buitenplaatsbezitters werden vaak ingezet om het familiebezit te verfraaien. Zo ook door het echtpaar Blaauw-Six in 1896. Gooilust werd heringericht en uitgebreid naar de smaak van die tijd. De herinrichting bestond uit nieuwe schoorsteenmantels, parketvloeren, eiken deuren, rolluiken, ‘waterclosetten’, een liftje van de keuken in het souterrain naar de dienkamer en nieuwe behangsels. In de veelruits schuiframen werden grotere ruiten aangebracht. In de hal zijn het stucplafond, de wandafwerking met marmer en stucwerk en de vloer nog intact, evenals het trappenhuis met leuningen en balusters. In de grote zaal is ook het stucplafond bewaard, naast de marmeren schouw; alles in de Louis XIV-stijl. In de rechter zijkamer is een oudere schouw in Lodewijk XV-stijl bewaard gebleven. Ook de indeling is gehandhaafd. De centrale hal/gang komt uit in een ruime tuinkamer aan de achterzijde. Aan weerszijden liggen grote kamers. Bij het meubileren kreeg het echtpaar Blaauw-Six advies van de Amsterdamse architect Christiaan Bernard Posthumus Meyjes (1858-1922). In 1904 is aan de oostzijde nog een ruim terras toegevoegd, in het verlengde van de zichtlaan richting Hilversum.

 

Helaas bleek het huwelijk voor Louke een ramp. Maar scheiden was uit den boze in haar kringen. Zij ontwikkelde een ziekelijke verzameldrift en vulde de vele kamers met ‘waardeloze’ restanten van beesten, planten, kleding etc. Frans liet haar in 1911 krankzinnig verklaren en opnemen in een krankzinnigeninrichting in Arnhem. Haar zuster Nine wist Louke te ontvoeren tijdens de afwezigheid van Frans op een verre reis en vond onderdak voor haar op een buitenplaats in Zeist waar zij overleed in 1934.

 

De eerste wereldoorlog betekende meestal het einde van het familiebezit en teloorgang van de  buitenplaats. Louke Blaauw-Six echter wist Gooilust te behoeden voor verpaupering. In haar testament benoemde zij de Vereniging Natuurmonumenten als universeel erfgenaam op voorwaarde dat de Vereniging ook de buitenplaatsen Spiegelbeek, Hilverbeek (ruim een eeuw lang bewoond door de familie Six) en Schoonoord van haar broer Jan Six (1872-1936) zou aankopen. En dat gebeurde. Echtgenoot Frans, die tot zijn dood op Gooilust mocht blijven wonen, had wat betreft de eigendom het nakijken. Hij betwistte de geldigheid van het testament, maar Natuurmonumenten werd in het gelijk gesteld. Zijn buitenplaats Trompenburg vermaakte Frans aan de staat, misschien uit rancune niet aan Natuurmonumenten. Zijn dierenverzameling erfde zijn vriend, de Engelse hertog van Bedford. Van de flora is nog iets bewaard; van de fauna alleen de herinnering aan de dieren en een stal voor gnoes en enkele karakteristieke ijzeren hekken.

 

De nalatenschap van Louke verklaart het vele bezit van Natuurmonumenten in ’s Graveland en de redding van de aldaar gelegen buitenplaatsen.

 

Bronnen:

C.J.B.P Frank en M.E.D. Lemmens, Monumenten Advies Bureau, Onderzoek i.o.v. Natuurmonumenten, Bouwhistorische verkenning met waardenstelsel tbv wijziging noordgevel hoofdgebouw buitenplaats Gooilust Nijmegen 2016.

Vrankrijker, A.C.J., Renou, F., Het Gooi, bekeken en besproken, Bussum 1982.

Tussen Gooi en Vechtstreek, 32e jaargang, 2014.

http://www.albertusperk.nl/eigenperk-artikelen/1997.4%20kininefabriek.pdf; Coops, A., Gooilust versus de kinine. Een vroege milieuactie van Frans Ernst Blauw, 1997.

 

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Archief

Jaarlijks archief

Blijf op de hoogte via e-mail

Vul uw e-mailadres in om bericht te krijgen bij nieuwe blog- en nieuwsberichten op deze website.

Kaart van Gooiland, Mynden en Loosdrecht met de uitgeveende landen, gemaakt door H. de Leth (Streekarchief Gooi en Vecht Historisch, inv. nr. SAGV233).

Voorgevel van de buitenplaats Gooilust (in: ‘In de Gloriosa’ uitgave van de Historische Kring Kortenhoef).

Zebra’s gespannen voor de koets van Frans Blaauw (in: ‘In de Gloriosa’ uitgave van de Historische Kring Kortenhoef).

De zitkamer van Gooilust (in: ‘In de Gloriosa’ uitgave van de Historische Kring Kortenhoef).

Het poppenhuis in Gooilust (in: ‘In de Gloriosa’ uitgave van de Historische Kring Kortenhoef).

Het toegangshek van Gooilust (foto auteur).