Huis Bouvy door Jan Stuyt en Jos Cuypers

25/03/2016 door Laura Roscam Abbing

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Symbiose van Nieuwe Kunst en Oudhollandse stijl

 

Aan de Singel 6 in Bussum staat een villa die in 1903 is gebouwd door Jan Stuyt en Jos Cuypers en uitgebreid door Jan Stuyt in 1914. Deze villa werd gebouwd voor Fran§ois Bouvy, die samen met zijn broer Léon directeur was van zoutziederij ‘De Pauw’, gevestigd in Muiden en Amsterdam. Léon woonde boven het kantoor in Muiden en Fran§ois tegenover het kantoor in Amsterdam. Fran§ois wilde omwille van de gezondheid van zijn vrouw, Eulalie Thijssen, uit Amsterdam weg. Zij kozen voor Bussum waar ze een enorm stuk grond kochten. Fran§ois ging forenzen naar de binnenstad van Amsterdam. Aan de rand van Bussum lag sinds 1874 een treinstation, wat de plaats populair maakte bij welgestelde forensen. Zijn broer raadde Fran§ois Jan Stuyt aan als architect. Hij was katholiek, net als de familie Bouvy, en was bovendien aangetrouwde familie.

 

In Amsterdam lieten Fran§ois en Eulalie een herenhuis aan de Keizersgracht achter, dat zij hadden laten inrichten door de firma ’t Binnenhuis; meubeldesign van de toenmalige avant-garde in de stijl van de Nieuwe Kunst. Een deel van de meubelen verhuisde mee naar het nieuwe huis in Bussum, evenals een set glas-in-loodramen met schepen erop.

 

In 1914 vroegen Fran§ois en Eulalie Jan Stuyt om de woning uit te breiden. Een biljartkamer in een strakke stijl die aan ’t Binnenhuis doet denken en een eetkamer geheel in Oudhollandse stijl maakten deel uit van de uitbreiding. De keuze voor deze totaal verschillende stijlen naast elkaar is opmerkelijk, maar sluit helemaal aan bij de smaak van de Bouvy’s.

 

Het aangekochte stuk grond in Bussum bestreek aanvankelijk een gebied van ongeveer vier hectaren, dat zich uitstrekte van de Singel tot de Ceintuurbaan en van de Brinklaan tot de Laarderweg. Later verkocht het echtpaar stukken grond om bebouwing aan de Brinklaan mogelijk te maken. De gemeente Bussum had in de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw dringend grond nodig voor de bouw van woningen om de woningnood tegen te gaan. Aan de oostkant werd een deel verkocht aan de rooms-katholieke St. Josephvereniging voor de bouw van het St. Josephpark.(1)

 

Nadat twee generaties Bouvy’s in het huis hadden gewoond werd in 2006 tot verkoop van de villa besloten en werd de resterende grond verkaveld. De vijf kavels zijn in 2015 en 2016 verkocht. Nieuwe bewoners betrokken de villa op 22 januari 2016. Daarmee is de villa niet meer in bezit van de familie Bouvy, maar het rijke, in stijl variërende interieur herinnert nog steeds aan de culturele en artistieke interesses van deze familie, die veel invloed heeft gehad in de omgeving.

 

De villa van buiten: gevels en tuin

De villa aan de Singel heeft vier bouwlagen (een kleine kelder onder de keuken, begane grond en twee verdiepingen) op een bijna vierkante plattegrond met oorspronkelijk aan de achterzijde een kleine, lage aanbouw voor de bijkeuken, een fietsenstalling en een serre. De zolderverdieping bevindt zich onder de haaks op elkaar staande zadeldaken die zijn gedekt met grijze dakpannen. In 1914 is de villa aan de achterzijde voorzien van een grotere uitbouw van één bouwlaag.

 

Er zijn twee verschillende kleuren baksteen gebruikt in de gevel; rode Rijnsteen voor de plint en de schoorstenen, en gele IJsselsteen voor de rest van de gevel. De geveltoppen zijn voorzien van vakwerk in groen geschilderd hout met daar tussenin wit stucwerk. Het huis heeft groen geschilderde lijsten en witte ramen in groene kozijnen. Zo springen de ‘luchtige’ delen in het oog binnen de massieve muurvlakken. De verlevendiging van de gevels is ook tot stand gebracht door middel van uitbouwen, erkers met een opvallende uitspringende bovenrand, sierlijsten en dakoverstekken.

 

Het huis heeft een aantal decoratieve elementen die herinneren aan de vakwerkbouw, waaronder de bijzondere, driehoekige dakkapellen van de zolderverdieping aan de achterzijde en de topgevels aan de voor- en zijkanten. Deze elementen sluiten aan bij de rond 1900 zeer populaire cottagestijl.

 

De tuin is door Jan Stuyt getekend op een plattegrond waarop alleen zijn handtekening staat. De andere plattegronden en tekeningen van het huis hebben naast de zijne ook de handtekening van Jos Cuypers.(2) De door Stuyt ontworpen tuin betrof alleen het rechthoekige perceel waarop de villa staat en dat slechts een klein deel was van het grote stuk land in bezit van de familie Bouvy. De korte zijde van het rechthoekige perceel ligt aan de Singel. De villa is schuin gepositioneerd met de voorgevel enigszins van de straat afgewend. Stuyt ontwierp drie driehoekige perken om de villa heen en aan de achterkant een bijna driehoekige tuin. Zo werd het rechthoekige grondvlak van de tuin logisch ingedeeld met rechte lijnen en zichtassen. Een groot deel van de tuinaanleg heeft moeten wijken voor de aanbouw aan de achtergevel.

 

De villa van binnen: de plattegrond en de kamers

De entree van het huis bevindt zich in een portiek in de voorgevel, links van de prominente, halfronde erker. Vanuit de vestibule kan men links naar de ‘spreekkamer’ of rechtdoor naar de centrale hall, waarin het trappenhuis ligt en waarop bijna alle kamers uitkomen. Rechts van de entree is de ‘ontvangkamer’ met de genoemde erker. Achter deze kamer ligt de ‘woonkamer’. In de wand tussen beide kamers bevond zich een ingebouwde boekenkast. Op de plattegrond van 1903 is deze wand onderbroken, mogelijk zaten daar schuifdeuren. De bekroning van de boekenkasten, die in het huis verder alleen boven deuren wordt aangetroffen, lijkt dit te bevestigen. Achter in de woonkamer gaven twee openslaande deuren toegang tot de serre, die met een achterdeur toegang gaf tot de tuin.

 

In de centrale hall bevindt zich links het trappenhuis. Onder het trapbordes bevinden zich de wc van de bewoners en een deur die toegang geeft tot de kelder en de erachter gelegen keuken. Vanuit de keuken is de erachter gelegen bijkeuken te bereiken. De bijkeuken heeft een dienstboden-wc en een ingang voor leveranciers en personeel. Vanuit de hall voert een gang naar de achterkant van het huis waar zich oorspronkelijk de fietsenbergplaats bevond, thans uitgebreid tot biljartkamer.

 

De serre en de fietsenbergplaats hebben moeten wijken voor de uitbouw van 1914. De serre veranderde in een eetkamer, de zogenaamde ‘Oude kamer’. De deuren die de woonkamer met de serre verbonden, werden vervangen door schuifdeuren, waardoor er kamers en suite ontstonden. De fietsenbergplaats werd opgeofferd om de gang te verlengen naar de nieuwe biljartkamer. Waar links in de gang nog ruimte over was kwamen kasten en het nieuwe deel van de gang werd voorzien van daglicht via een klein daklicht van kunstig glas in lood. In de biljartkamer, die aan het eind van de gang werd aangelegd komt dit glas in lood terug in de vorm van een opvallende halfrond gebogen lichtkoepel. In de betimmering in de linker wand is een onzichtbaar aangebrachte deur naar een achteringang voor naasten.

 

Vanuit de centrale hall komt men via het trappenhuis op de verdieping waar de privé-vertrekken van Fran§ois, Eulalie en hun twee zoons lagen. Tegenover de trap ligt de badkamer, die geheel betegeld is met witte tegels en bovenaan een blauwe rand. Aan weerszijden van de badkamer liggen twee slaapkamers. Die aan de voorzijde van het huis is de grootste en is voorzien van een schouw. Op de begane grond hebben de spreekkamer, ontvangkamer en serre een schouw, vroeger met een gaskachel met één of twee gasleidingen. In de keuken staat vanaf 1914 op de plaats van de gaskachel een wit Aga kolenfornuis.

 

De zolderverdieping was bedoeld voor de dames van de huishouding die v³³r en rechts achter hun slaapvertrekken hadden. Aan de achterkant van het huis ligt nog een zolderkamer en onder de kap bevindt zich een vliering. In dit toch al ruime huis is eindeloos veel bergruimte omdat alles zo efficiënt mogelijk is ingedeeld.

 

De opdrachtgever en zijn gezin

De zoutziederij van de familie Bouvy was een familiebedrijf dat in 1838 als zoutkeet ‘De Pauw’ gekocht werd door Joannes Jacobus Bouvy, de grootvader van Fran§ois en Léon. De Pauw maakte in de 18de eeuw deel uit van een zestal zoutketen aan de oostzijde van de Vecht. Fran§ois (1872-1930) en Léon (1874-1969) Bouvy namen in 1895 de zoutziederij over van hun vader Henricus Matheus Joannes, die hem op zijn beurt weer van zijn vader had overgenomen. Zoutziederij ‘De Pauw’ van de Firma J.J. Bouvy & Zoon was jarenlang niet echt rendabel en begon pas tijdens de industrialisatie onder leiding van de gebroeders Fran§ois en Léon echt op te bloeien.(3)

 

Fran§ois trouwde in 1901 met Eulalie Thijssen (1877-1949). Het echtpaar woonde op Keizergracht 414, schuin tegenover het Amsterdamse kantoor op Singel 259. De zitkamer, eetkamer en slaapkamer hadden zij in de eerste jaren van hun huwelijk in laten richten door de firma ’t Binnenhuis, die ze mogelijk via architect Jan Stuyt kenden omdat hij daar werkte. De familie Bouvy was de eerste klant van formaat die in de administratie van ’t Binnenhuis voorkomt.(4) Toen Fran§ois en Eulalie naar Bussum verhuisden namen ze naast hun meubilair van ’t Binnenhuis ook twee glas-in-loodramen uit de Amsterdamse woning mee met voorstellingen van schepen erop.(5)

 

Op 12 augustus 1903 legde hun zoon Henri, een baby van zes maanden, symbolisch de eerste steen van het huis. Slechts twee dagen na de steenlegging overleed Henri aan stuipjes. In 1904 werd hun zoon Franciscus (Frans) geboren. De 9-jarige Frans mocht op 14 maart 1914 een tweede steenlegging doen voor een aanbouw aan het huis. Ruim een jaar later kreeg het gezin opnieuw een zoon, Désiré. Hij zou later directeur worden van de voorloper van Museum Catharijneconvent in Utrecht. Frans volgde zijn vader op als directeur van de zoutziederij.

 

Fran§ois forensde tot zijn dood in 1930 dagelijks met de trein en vermoedelijk vanaf 1914 met zijn auto tussen het huis aan de Singel in Bussum en zijn kantoor aan de Singel in Amsterdam.

Het gezin woonde in het huis samen met het inwonend personeel. Volgens kleindochter Hortense Bouvy was dat een hoofd in de huishouding en haar hulp, een dienstbode en een kindermeisje, dat later de rol van gezelschapsdame van Eulalie kreeg.(6) De zorg voor de tuin werd overgelaten aan tuinman/chauffeur ‘Vader Boor’ en zijn zoon Jan. Het contact met de personeelsleden was goed en zij bleven vaak lang in dienst. In 1938 trouwde zoon Frans met ‘juffrouw Jurrissen’, die eerder hoofd van de huishouding was.

 

Tijdens de vakanties bewoonden Jan Boor en zijn vrouw het huis. De dames van de huishouding gingen mee op vakantie; evenals neven, nichten, vrienden en vriendinnen. De familie Bouvy had een grote vrienden- en kennissenkring, die onder meer gevuld was met plaatselijke geestelijken en katholieke kunst- en cultuurliefhebbers, onder wie architect Jan Stuyt.

 

Architect Jan Stuyt

Architect Jan Stuyt (1868-1934) bouwde samen met zijn partner Jos Cuypers (1861-1949) de villa aan de Singel. Stuyt was een goede bekende van Léon Bouvy en was een neef van Léons vrouw Truce Lomans. Hij is vooral bekend geworden als een van de belangrijkste Nederlandse kerkenbouwers van de twintigste eeuw, maar hij bouwde ook verscheidene woonhuizen.

 

Stuyt begon van 1895 tot 1898 zijn loopbaan als hoofdopzichter van de bouw van de Sint-Bavokathedraal in Haarlem. Van 1898 tot 1908 werkte hij als partner van Jos Cuypers, diens zoon. Beide architecten kwamen in die tijd meer los van de heersende neogotiek, maar ontwikkelden zich verschillend van elkaar: Stuyt meer in de richting van het neoromaans met een voorkeur voor centraalbouw. In 1908 stopte Stuyt de samenwerking met Jos Cuypers en begon zijn eigen architectenbureau.

 

Stuyt en Cuypers bouwden samen al verschillende andere villa’s. Bijna tegelijk met de villa aan de Singel in Bussum bouwden zij villa Kriemhilda (1903-1904) aan de Kriemhildestraat 2 in Driehuis. De voorgevels van beide villa’s tonen opvallend veel gelijkenissen. Andere villa’s hebben veel minder met de Bussumse villa gemeen. De villa aan de Singel in Bussum toont vooral overeenkomsten in stijl met villa’s die Jan Stuyt bouwde voordat hij zijn partnerschap met Jos Cuypers begon. De vroege villa’s van Stuyt zijn samengesteld uit verschillende bouwdelen met zadeldaken die elkaar raken of snijden.(7) Ook tonen villa Sonnevancx (1894) in Groenlo, villa ‘Onder de beuken’ in Aerdenhout en drie herenhuizen aan de Zijlweg 287-271 in Haarlem uit 1899 gelijkenissen met de villa van de familie Bouvy, in het bijzonder de vorm van de gevel, kleurcontrasten en verticale elementen. Mogelijk had de hand van Stuyt in het ontwerp van de Bussumse villa de overhand.

 

Jan Stuyt interesseerde zich voor het interieur en uit zijn archief blijkt dat hij in een aantal gevallen betimmeringen voor zijn huizen ontwierp en glas in lood voor lichtkoepels en ramen.(8) Het is waarschijnlijk dat Jan Stuyt voor Singel 6 niet alleen het exterieur en de tuin ontwierp, maar ook de meeste onderdelen van het interieur.

 

Nieuwe Kunst en Oudhollandse stijl

De familie Bouvy-Thijssen had een uitgesproken liefde voor antiek en een moderne smaak evenals hun kunstminnende vriendenkring. Zo hield de familie van de meubelontwerpen van de Nieuwe Kunst en kocht zij eigentijdse schilderijen bij de kunsthandel Van Wisselingh, maar ook verzamelde zij middeleeuwse houten beelden en antieke voorwerpen uit eigen land. Oude en nieuwe kunst gingen hand in hand en de interieurafwerkingen van hun Bussumse villa weerspiegelt deze smaak, vooral die in de aanbouw van 1914.

 

De interieurs uit 1903 en die uit 1914 verschillen in stijl en uitvoering. Zo zijn de interieurs uit 1914 uitbundiger en meer uitgesproken in stijl. De interieurs uit 1903 zijn rijk wat betreft de afwerkingsmaterialen, maar relatief ingetogen in ontwerp, met af en toe een opvallend element. Deze elementen zijn de monumentale deurbekroningen, stucplafonds met geometrische patronen, modern gedetailleerde schouwen met kleurrijke tegels en de uitbundige parketvloer in de woonkamer.

 

Deze artistiek gecomponeerde parketvloer uitgevoerd in blond en donker hout heeft een middenveld met een opvallend patroon van diagonaal gelegde vierkanten omgeven door een brede rand met een meandermotief. Het is aannemelijk dat deze bijzondere vloer is gelegd door de firma Lachappelle. In een productcatalogus van de firma uit 1899 is één voorbeeld met precies dezelfde invulling van het middenveld te vinden en één voorbeeld waar juist de rand overeen komt. Het gehele interieur maakt een doordachte indruk en het vertrek lijkt door de diagonale lijnvoering nog ruimer dan het al is.

 

De hall kreeg in 1914 een moderne wandbespanning van een flessengroen jacquardweefsel (9) van kunstenaar Theo Nieuwenhuis (1866-1951), die toen werkzaam was voor de firma Van Wisselingh waar de familie Bouvy onder meer werk kocht van kunstschilder Marius Bauer.(10)

 

De nieuw gebouwde eetkamer, de ‘Oude kamer’, is voorzien van een Oudhollandse betimmering. In de hoek van de kamer is een kleine schouw geplaatst die opvalt door de hoge zuilen van wit, geaderd marmer, de ijzeren vulhaard met leeuw en de spiegel. De kamer heeft een donker balkenplafond met een strak middenrozet en op de vloer een geblokt, eiken parket. Opvallend is de hoge, houten lambrisering met paneelvullingen, lijstwerk en gecanneleerde pilasters. Boven deze pilasters zijn lisenen aangebracht die de balken van het plafond ondersteunen, rustend op stenen consoles.

 

De achtergevel bestaat geheel uit ramen en openslaande deuren met blank glas in lood. Ook de wand tussen voor- en achterkamer is voorzien van veel glas, zowel in het bovenlicht als in de schuifdeuren. Vermoedelijk hadden de schuifdeuren ooit in lood gevatte ruitjes net als de ramen in de achtergevel.

 

De oude foto van de ‘Oude kamer’ is genomen richting de schuifdeuren naar de woonkamer. De inrichting sluit aan bij de Oudhollandse wandbetimmering en bestaat onder meer uit een geelkoperen lichtkroon, een 17de-eeuws kabinet met klassieke zuiltjes en snijwerk, een Oudhollandse servieskast, een trektafel en zware armstoelen met een bekleding van geschoren velours.

 

De biljartkamer is een lichte ruimte door de imposante, halfrond gebogen glazen koepel in het midden van het gestucte plafond. Deze koepel omvat helder en gekleurd glas in lood. Gezien de familieconnecties en de stijl van het ontwerp is het aannemelijk dat het glas in lood afkomstig is van de Koninklijke Nederlandsche Glasfabriek J.J.B.J. Bouvy (1850-1926) uit Dordrecht, die toen gerund werd door Nico en Jér´me Bouvy, neven van Fran§ois.(11)

 

De vloer in de biljartkamer heeft een visgraatparket dat visueel aansluit bij de deurhoge, houten lambrisering op de wanden. De strakke indeling en de zwarte accenten van de lambrisering doen enigszins denken aan de stijl van de firma ’t Binnenhuis.

 

In de achterwand is een grote, strakke hardstenen schouw geplaatst met een granieten voet en een indrukwekkende boezem. Aan weerszijden van de schouw is een raampartij te zien met blank glas in lood. De rechter wand geeft via een brede opening in de lambrisering toegang tot de eetkamer. Omdat de biljartkamer verder de tuin in ligt dan de eetkamer ernaast, is er in de rechter hoek ruimte voor twee vensters met uitzicht op het terras. Deze ramen omvatten de twee glas-in-loodvoorstellingen met schepen afkomstig uit de vorige woning van de familie Bouvy – Thijssen in Amsterdam.

 

Op een oude foto genomen in het huis aan de Keizersgracht zijn deze ramen te zien in een kamer met opvallend behang van imitatie goudleer. Op de voorgrond zijn een armstoel en twee stoelen te zien, gemaakt door ’t Binnenhuis  voor de Amsterdamse woning. Tot voor kort waren enkele andere stoelen van ’t Binnenhuis die H.P. Berlage voor het echtpaar had ontworpen nog in het huis in Bussum te vinden. Het betreft salonstoelen van notenhout met inlegwerk van ivoor en ebbenhout. Volgens de overlevering zijn zowel de lambrisering in de biljartkamer als in de ‘Oude kamer’ uit Amsterdamse panden afkomstig. Opvallend zijn het stijlverschil tussen beide kamers en de combinatie met de interieurs uit 1903. De interieurs weerspiegelen daarmee de eigenzinnige smaak van een breed geïnteresseerde familie.

 

Noten

  1. Informatie verkregen van Hortense H¶ppener-Bouvy.
  2. Aanwezig in het archief van Jan Stuyt in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.
  3. Informatie verkregen via Hortense H¶ppener-Bouvy, zie ook: D.P.R.A. Bouvy en A.C.J. de Vrankrijker, ‘Bouvy-zout’, Tussen Vecht en Eem, Vrienden van het Gooi, 5 (1987) nr. 2.
  4. Yvonne Brentjens, Rechte stoelen, rechtschapen burgers: wonen volgens ’t Binnenhuis (1900-1929), 2011, tentoonstellingscatalogus Gemeentemuseum Den Haag, pp. 79-83; achterin is een klantenlijst opgenomen.
  5. Meer informatie over de woning in Amsterdam vindt u op deze website in het blog van 5 februari 2016 door Barbara Laan.
  6. Hortense H¶ppener-Bouvy vertelde en toonde mij veel over haar familie, waarvoor mijn hartelijke dank.
  7. Agnes van der Linden en Jeroen Goudeau (red.), Jan Stuyt (1868-1934), een begenadigd en dienend architect, Nijmegen 2011, p.94.
  8. Van der Linden 2011(zie noot 7), p.89.
  9. Brentjens 2011 (zie noot 4), p. 83.
  10. Brentjens 2011 (zie noot 4), p. 80.
  11. Meer over deze vensterglasfabriek leest u op deze website in mijn blog van 18 maart 2016.

 

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Blijf op de hoogte via e-mail

Vul uw e-mailadres in om bericht te krijgen bij nieuwe blog- en nieuwsberichten op deze website.

Salonstoel van notenhout ontworpen door H.P. Berlage en uitgevoerd door ’t Binnenhuis, tot voor kort nog in het huis aanwezig en hier gefotografeerd in de eetkamer (foto BMBeeld 2016).

Voorgevel van de villa gezien vanaf de Singel (foto BMBeeld 2016).

Achtergevel van de villa met aanbouw uit 1914 (foto BMBeeld 2016).

Plattegrond begane grond huis Bouvy,  lichtdruk in eigendom van de familie Bouvy. Situatie van 1914 met aanbouw aan de achterzijde. De stippellijn geeft de situatie van v³³r 1903 weer (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

Legenda: 1. Entree; 2. Spreekkamer; 3. Hall; 4. wc; 5. Keuken; 6. Bijkeuken; 7. Wc; 8. Ingang voor naasten (vanaf 1914); 9. Biljartkamer (vanaf 1914); 10. Oude Kamer (v³³r 1914 Serre); 11. Woonkamer; 12. Ontvangkamer.

Plattegrond eerste verdieping huis Bouvy, lichtdruk in eigendom van de familie Bouvy. Situatie van 1903 (deze wijzigde in 1914 niet) (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

Legenda: 1.Wc; 2. Kinderslaapkamer; 3. Slaapkamer; 4. Badkamer; 5. Slaapkamer; 6. Kinderkamer.

Plattegrond zolderverdieping huis Bouvy, lichtdruk in eigendom van de familie Bouvy. Situatie van 1903 (deze wijzigde in 1914 niet) (tekening op schaal door Jeroen van den Biggelaar).

Legenda: 1. Zolder; 2. Meidenkamer; 3. Meidenkamer.

De centrale hall met het trappenhuis (foto BMBeeld 2016).

Detail van de wandbespanning in de centrale hall (foto BMBeeld 2016).

Foto en plattegronden van landhuis Kriemhilda, gebouwd door architecten Stuyt en Cuypers, in: J.H.W. Leliman en K. Sluyterman, Het Moderne Landhuis in Nederland,derde herziene en veelvermeerderde druk, bewerkt door K. Sluyterman en A.J. van der Steur, Martinus Nijhoff, Den Haag 1922, p. 51.

De in 1914 aangebouwde eetkamer of ‘Oude kamer’ (foto BMBeeld 2016).

De in 1914 aangebouwde biljartkamer met glas-in-loodkoepel en deurhoge lambrisering (foto BMBeeld 2016).

De glas-in-loodramen met schepen in de biljartkamer zijn afkomstig uit de vorige woning in Amsterdam (foto BMBeeld 2016).

De parketvloer in de woonkamer (foto BMBeeld 2016).

Afbeelding uit een productcatalogus van Lachappelle van 1899; de rand van het parket op de afbeelding toont grote gelijkenis met de rand van het parket in de woonkamer (collectie Barbara Laan).

Afbeelding uit een productcatalogus van Lachappelle van 1899; de invulling op de afbeelding is gelijk aan de invulling van het parket in de woonkamer (collectie Barbara Laan).

Oude foto van de eetkamer of  ‘Oude kamer’ (collectie familie Bouvy).

Oude foto van de kamer met glas-in-loodramen van schepen in het huis Keizersgracht 414 in Amsterdam. Armstoel en stoelen uitgevoerd door ’t Binnenhuis (collectie familie Bouvy).