Van de grote stad naar landelijk gelegen dorpen

22/01/2016 door Inge Rook

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Amsterdammers vertrokken eind 19de eeuw om verschillende redenen naar buiten. Voor de schilder Ferdinand Hart Nibbrig was de motivatie gelegen in de onderwerpen van zijn schilderijen. Hij schilderde graag de boerenbevolking in het Gooi en was zeer gesteld op de prachtige natuur. Zijn goede vriend, de schrijver Frans Coenen, trok om gezondheidsredenen naar buiten. Inge Rook schreef een paper over de vriendschap tussen beiden. Wij vroegen haar het werkstuk om te werken tot een tweeluik. Het eerste blog gaat over de omzwervingen van de schilder en zijn geliefde woonhuis De Olmenhove in Laren. In het volgende blog staat Frans Coenen centraal.


 

Ferdinand Hart Nibbrig was één van de kunstenaars die gecharmeerd was van de landelijke omgeving en het rustieke karakter van Laren. Hij kocht er een stuk grond en zijn verloofde Johanna Moltzer legde november 1894 de eerste steen van ‘De Olmenhove’, Naarderstraat 63. Over de vraag wie het huis heeft ontworpen lopen de meningen uiteen: was het de schilder zelf of toch degene die het huis later zou verbouwen, de architect J.W. Hanrath?

 

Ferdinand Hart Nibbrig en Johanna Moltzer kwamen beiden uit Amsterdam. Hart Nibbrig werd  in 1866 geboren aan de Bloemgracht 85; het gezin verhuisde in 1868 naar Weteringschans 3. In 1881 begon hij aan een opleiding tot architect, maar in 1883 stapte hij over naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1888 vertrok hij naar Parijs om daar zijn opleiding te vervolgen. Hier maakte hij kennis met stijlen als het luminisme, pointillisme en realisme, hetgeen van grote invloed is geweest op zijn ontwikkeling als kunstenaar. Zo hanteerde hij bij zijn mensbeelden – in tegenstelling tot veel andere kunstenaars in het Gooi – een realistische stijl en bij de weergave van zijn landschappen vormde het licht het uitgangspunt.

 

Juli 1889 keerde hij terug naar Nederland, waarschijnlijk voor de begrafenis van zijn tienjarige zusje, dat aan difterie was gestorven. In november van hetzelfde jaar ging hij terug naar Amsterdam, waar hij tot maart 1894 een atelier aan de Rozengracht huurde. Hier werkte hij ’s winters; in de zomermaanden woonde en werkte hij in landelijk gelegen dorpen zoals Hillegom, Eemnes en Laren. In 1894 besloot hij zich permanent in Laren te vestigen. Hij huurde een huisje aan de Naarderstraatweg samen met de schilder Hendrik Valkenburg tot hij in 1895 met Johanna Moltzer, met wie hij inmiddels was getrouwd,  in De Olmenhove kon gaan wonen.

 

Vanaf 1900 pakte hij zijn gewoonte weer op om er in de zomermaanden op uit te trekken en in de natuur te schilderen (onder meer Vlieland, Zuid-Limburg en de Eifel).

 

In 1902 liet de schilder zijn atelier aan het woonhuis verbouwen door J.W. Hanrath, de architect die ook het huis van zijn ouders, villa Hartenstein, aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum had verbouwd.

 

Bovendien liet hij door een lokale timmerman in de tuin bij zijn huis een buitenatelier neerzetten. Hier poseerden zijn modellen en liet hij zijn schilderijen drogen. In het atelier van De Olmenhove toonde hij de schilderijen die voor de verkoop waren bestemd aan zijn klanten.

 

In mei 1907 verhuisde Hart Nibbrig met zijn vrouw en zijn vier kinderen naar Rhenen, maar hij hield De Olmenhove aan. Hij ergerde zich dat er in Laren steeds meer mensen kwamen wonen die overal lelijke huizen bouwden. Maar binnen een jaar keerde het gezin al weer terug naar Laren. De schilder en zijn vrouw bleken niet te kunnen wennen aan het wonen in een straat zonder de horizon te kunnen zien. De zomers bracht hij vanaf 1911 door in Zoutelande samen met zijn gezin, waar hij door de architect G. Sturm het huis Santvlught had laten bouwen.

 

Ferdinand Hart Nibbrig overleed in Laren in 1915 na een onduidelijke ziekte. Ook na zijn dood bleef De Olmenhove een kunstrijk huis. Pierre Regnault, een vermogend verffabrikant en verzamelaar van vroeg 20ste-eeuwse kunst, kocht De Olmenhove in 1919. Het atelier van het huis gebruikte hij als expositieruimte. Een deel van zijn collectie is nu in bezit van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

 

Van De Olmenhove is tegenwoordig alleen de voorgevel nog intact. Door een aantal verbouwingen is zowel het interieur als het exterieur sterk aangetast. Het buitenatelier werd na de dood van Hart Nibbrig verkocht en heeft op verschillende locaties in het Gooi gestaan. Het werd gebruikt om in te werken, maar soms ook om in te wonen. Er heeft zelfs een gezin met zes kinderen in geleefd. Nu is het eigendom van de Dooyewaard Stichting en staat het op de Eemnesserweg in Blaricum. Het wordt aan hedendaagse kunstenaars ter beschikking gesteld.

 

 

Literatuur

Stephanie van der Zweth, J.H. Hanrath (1876-1932), (ongepubliceerde masterscriptie), Gent 2010.

Martijn F. Le Coultre, De hut van Mondriaan Laren-Blaricum1914-1919, Laren 2015.

Dominique Volen en Denise Willemsen, Ferdinand Hart Nibbrig 1866-1915, Zwolle 1996.

 

deel Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel via e-mail

Archief

Jaarlijks archief

Blijf op de hoogte via e-mail

Vul uw e-mailadres in om bericht te krijgen bij nieuwe blog- en nieuwsberichten op deze website.

Het huis De Olmenhove in Laren, omstreeks 1915 (Singer Laren, documentatie Hart Nibbrig).

Hart Nibbrig in zijn atelier in De Olmenhove, omstreeks 1905 (Singer Laren, documentatie Hart Nibbrig).

Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op Zoutelande, circa 1910-1912 (Collectie Rijksmuseum Amsterdam).

Pierre Regnault opgebaard in het atelier van De Olmenhove, 1954 (Streekarchief Gooi en Vechtstreek te Hilversum).

Buitenatelier van Hart Nibbrig met de in 1931 aangebouwde serre (Dooyewaard Stichting).